Hoe werkt box 3 voor ondernemers en beleggers?

Box 3 blijft een van de meest besproken onderdelen van het Nederlandse belastingstelsel. Zeker voor ondernemers, beleggers en DGA’s zorgt de vermogensrendementsheffing regelmatig voor vragen. Hoe werkt de huidige box 3-heffing precies? Waarom verandert de wetgeving steeds? En is beleggen via een BV fiscaal aantrekkelijker dan privé beleggen?

De afgelopen jaren is box 3 meerdere keren onderwerp geweest van politieke discussies en rechtszaken. Daardoor is het belastingstelsel rondom vermogen complexer geworden dan ooit.
In dit artikel leggen we uit hoe box 3 momenteel werkt, welke veranderingen eraan komen en wat de verschillen zijn tussen beleggen in privé en beleggen via een BV.


Hoe werkt box 3 momenteel?

In box 3 wordt belasting geheven over privévermogen.
Denk bijvoorbeeld aan:

- spaargeld;

- aandelen;

- ETF’s;

- obligaties;

- cryptovaluta;

- tweede woningen;

- beleggingen.



De eigen woning valt meestal niet in box 3, omdat deze doorgaans onder box 1 valt.

Fictief rendement

Op dit moment wordt box 3 nog grotendeels belast op basis van een fictief rendement. Dat betekent dat de Belastingdienst niet kijkt naar het daadwerkelijke behaalde rendement, maar uitgaat van een verondersteld rendement op vermogen.



Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen:

- spaargeld;

- overige beleggingen;

- schulden.



Voor spaargeld geldt een lager fictief rendement dan voor beleggingen, omdat beleggen historisch gezien meer rendement oplevert.
Over het berekende fictieve rendement wordt vervolgens belasting geheven.

Waarom ligt box 3 onder vuur?

Het huidige systeem staat al jaren onder druk. De belangrijkste reden is dat veel belastingplichtigen belasting moesten betalen over rendement dat zij in werkelijkheid helemaal niet behaalden.
Vooral spaarders werden hierdoor geraakt tijdens de periode van extreem lage spaarrentes.
De Hoge Raad heeft daarom geoordeeld dat het oude box 3-stelsel in strijd was met het Europees eigendomsrecht wanneer belasting werd geheven over fictieve rendementen die hoger lagen dan het werkelijke rendement.
Hierdoor moest de overheid het systeem aanpassen.


Waarom is het systeem nog niet volledig aangepast?

Hoewel de politiek al jaren werkt aan een nieuw box 3-stelsel, is een definitieve oplossing nog steeds niet ingevoerd.
Dat heeft meerdere redenen.

Politieke discussie

Binnen de politiek bestaat veel discussie over:

- wat een eerlijk rendement is;

- hoe vermogen belast moet worden;

- hoe vastgoed behandeld moet worden;

- hoe beleggers en spaarders gelijk behandeld kunnen worden.



Daarnaast spelen budgettaire belangen een grote rol. Box 3 levert de overheid jaarlijks miljarden euro’s op.

Technische en softwarematige problemen

De Belastingdienst werkt met complexe IT-systemen die jarenlang zijn gebouwd rondom het oude fictieve rendementssysteem. Een overstap naar belastingheffing op basis van werkelijk rendement vraagt ingrijpende softwareaanpassingen.



Daarbij moet de Belastingdienst bijvoorbeeld kunnen verwerken:

- aankoopwaardes;

- koersresultaten;

- dividendstromen;

- gerealiseerde en ongerealiseerde winsten;

- vastgoedwaarderingen.



Juist deze technische uitdagingen zorgen ervoor dat invoering van een nieuw systeem steeds wordt uitgesteld.


Welke veranderingen komen eraan?


Het huidige overgangssysteem blijft voorlopig bestaan totdat een nieuw box 3-stelsel wordt ingevoerd.
De verwachting is dat Nederland uiteindelijk overstapt naar een systeem waarbij belasting wordt geheven over het werkelijke rendement.



Dat betekent waarschijnlijk dat:

- daadwerkelijke rente belast wordt;

- dividendinkomsten meetellen;

- koerswinsten zwaarder worden belast;

- verliezen mogelijk verrekenbaar worden.



Toch blijft nog veel onzeker. Zowel de exacte invoeringsdatum als de definitieve vorm van het nieuwe systeem zijn nog onderwerp van politieke discussie.

Beleggen in box 3 versus beleggen via een BV

Voor ondernemers en DGA’s speelt vaak een andere belangrijke vraag: is beleggen via een BV fiscaal slimmer dan privé beleggen in box 3?



Het antwoord hangt sterk af van:

- het rendement;

- de beleggingshorizon;

- de hoogte van het vermogen;

- toekomstige dividenduitkeringen;

- persoonlijke doelen.

Optie 1: Vermogen direct beleggen in de BV

Veel ondernemers laten overtollige winst in de BV zitten en beleggen vanuit de onderneming.


In dat geval betaalt de BV:

- vennootschapsbelasting over rendementen;

- belasting over dividendontvangsten (afhankelijk van structuur);

- mogelijk belasting bij verkoopwinsten.



Wanneer het vermogen later naar privé wordt uitgekeerd, volgt meestal nog box 2-heffing over dividenduitkeringen.



Voorbeeldberekening


Stel:

- €500.000 vermogen in BV;

- 6% jaarlijks rendement;

- rendement = €30.000.



Bij een VPB-tarief van bijvoorbeeld 19% betaalt de BV circa €5.700 belasting.
 Blijft het geld vervolgens in de BV, dan ontstaat uitstel van box 2-heffing.
Wordt de winst later als dividend uitgekeerd, dan volgt daarover nog box 2-belasting.
Het voordeel van beleggen via een BV zit daarom vaak vooral in:

- belastinguitstel;

- herinvesteren met brutovermogen;

- vermogensopbouw binnen holdingstructuren.

Optie 2: Dividend uitkeren en privé beleggen

Een andere optie is eerst dividend uitkeren en vervolgens privé beleggen in box 3.

In dat geval betaal je eerst:

- vennootschapsbelasting in BV;

- daarna box 2-heffing over dividenduitkering.



Pas daarna blijft netto privévermogen over dat in box 3 valt.


Voorbeeld


Stel opnieuw:

- €500.000 winst in BV.



Na VPB en box 2-belasting blijft mogelijk ongeveer €330.000 tot €360.000 netto privévermogen over, afhankelijk van tarieven en situatie.

 Dat vermogen valt vervolgens jaarlijks in box 3.

Het voordeel hiervan is:

- volledige privébeschikking over vermogen;

- eenvoudigere structuur;

- minder administratieve verplichtingen dan binnen BV-structuren.



Het nadeel is dat eerst direct box 2-belasting moet worden betaald.

Optie 3: Geld lenen uit de BV en privé beleggen

Sommige DGA’s kiezen ervoor om geld te lenen van hun BV om privé te beleggen.

Dit kan fiscaal aantrekkelijk lijken, omdat:

- geen directe box 2-heffing plaatsvindt;

- privé kan worden belegd;

- liquiditeit behouden blijft.



Toch zitten hier belangrijke risico’s aan.




Excessief lenen bij eigen BV
Sinds de invoering van de Wet excessief lenen wordt bovenmatige schuld aan de eigen BV belast.
Wanneer een DGA meer leent dan de wettelijke grens, wordt het meerdere belast alsof sprake is van dividend.
Hierdoor kan alsnog box 2-heffing ontstaan zonder dat daadwerkelijk dividend is uitgekeerd.


Daarnaast kijkt de Belastingdienst kritisch naar:

- zakelijke rente;

- terugbetalingscapaciteit;

- leningsovereenkomsten;

- zekerheden.



Een lening zonder zakelijke voorwaarden kan fiscale problemen opleveren.

Wat is fiscaal het meest voordelig?

Er bestaat geen standaardantwoord op de vraag welke structuur het meest voordelig is.

In sommige situaties is privé beleggen aantrekkelijker vanwege:

- lagere totale belastingdruk;

- flexibiliteit;

- eenvoud.



In andere gevallen kan beleggen via een BV juist interessanter zijn vanwege:

- belastinguitstel;

- estate planning;

- herinvesteren met brutovermogen;

- bescherming van vermogen.



Juist bij grotere vermogens kan een goede structuur op lange termijn tonnen verschil maken.

Conclusie

De box 3-regelgeving blijft volop in beweging. Door politieke discussies, rechterlijke uitspraken en technische beperkingen blijft nog onzeker hoe het toekomstige belastingstelsel eruit gaat zien.
Voor ondernemers en beleggers is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar het huidige box 3-tarief, maar ook naar de bredere fiscale structuur van het vermogen.
Of beleggen via een BV aantrekkelijker is dan privé beleggen hangt sterk af van persoonlijke omstandigheden, rendementen en toekomstplannen.
Juist daarom loont het om tijdig fiscaal advies in te winnen en verschillende scenario’s goed door te rekenen.